Erfgoed als identiteitsdrager

De Ruimteverkenning was niet alleen een zoektocht naar de opgaven van de toekomst, maar ook naar het verhaal van de plek. Marlijn Baarveld en Erwin Stoffer pleiten in een tweeluik voor herwaardering van de bestaande omgeving, waarin erfgoed fungeert als drager van identiteit en herbestemming de motor vormt voor een vitale leefomgeving. Dit is deel één, door Marlijn Baarveld. Deel twee van dit tweeluik vind je hier.

Nederland is klein, toch zijn de regionale verschillen groot. Elke regio heeft zijn eigen karakter en identiteit. Vaak fysiek zichtbaar in het cultuurlandschap met velden, bossen, rivieren, steden, dorpen en gebouwen. Wat aangelegd en gebouwd werd was afhankelijk van de sociale, culturele en economische omstandigheden. De landschappen die zijn ontstaan laten je weten waar je bent.

Op steeds meer plekken in Nederland heb je echter geen idee en zou je overal kunnen zijn. Oude gebouwen hebben plaatsgemaakt voor generieke bedrijfspanden, winkelpassages en cataloguswoningen. Modern toen ze gebouwd werden, maar inmiddels alweer uit de mode of zelfs zonder functie. Nu streven de regio’s uit de Ruimteverkenning naar hightech startups, duurzame woningen, hippe koffietentjes en grote winkelketens. Een mooi streven als het levendigheid brengt, maar past wat wordt nagestreefd wel bij de identiteit van de streek? Zouden we niet wat zorgvuldiger moeten omgaan met een identiteit die door eeuwen is ontstaan? Benut wat er is en bouw daarop voort.

Opkomende en verdwijnende identiteiten
Alles wat tot op heden door mensen is gecreëerd en de fysiek zichtbare sporen die zijn nagelaten bepalen onze identiteit. De identiteit van regio’s is vaak langzaam gegroeid. Bijvoorbeeld door eeuwenlang agrarisch gebruik, zoals in Groningen waar innovatieve en zelfstandige agrariërs van de wierden steeds verder de polder introkken om land te ontginnen en meer graan te verbouwen.
Soms zijn er disruptieve (technologische) ontwikkelingen die hun weerslag krijgen in het landschap. Vaak sluiten zij aan bij de oorspronkelijke identiteit van het gebied. In Twente verbouwden de boeren vlas en weefden zij linnen. De groei van de machinale textielindustrie zorgde voor een explosieve groei van de steden en de bouw van fabrieken, arbeiderswijken en grote villa’s voor de textielbaronnen. De mijnen in Limburg zorgden in een vergelijkbare ontwikkeling voor een ongekende groei in het gebied, waardoor het agrarische land in rap tempo veranderde in een van de meest stedelijke gebieden van Nederland. Er werden mijndorpen gebouwd waar huisvesting, voorzieningen en verenigingsleven voor de arbeider en zijn gezin werden verzorgd. De komst van deze nieuwe industrieën zorgde niet alleen voor grote veranderingen in het fysieke landschap maar had ook grote impact op de bevolking die merendeels in deze industrie werkzaam was. De mijnen en textielfabrieken verdwenen bijna net zo abrupt als ze ontstaan waren, met hoge werkloosheid als gevolg. Om plaats te maken voor een nieuwe toekomst werden de oude gebouwen en terreinen gesloopt en getransformeerd. In Parkstad is het mijnverleden nauwelijks nog zichtbaar, en in Almelo herinnert alleen een enkele schoorsteen nog aan het rijke textieltijdperk.

Dat gebouwen en landschappen verdwijnen is vanzelfsprekend. Gebouwen en structuren raken in onbruik door economische of demografische veranderingen. De betekenis gaat verloren of herinnert enkel nog aan een pijnlijke historie. Het mijnverleden van Limburg was direct na de sluiting een geschiedenis waar mensen niet aan herinnerd wilden worden en werd daarom zoveel mogelijk uitgewist. Maar leven doet het nog altijd. Wat ik niet zag toen ik uit de bus stapte in Parkstad, hoorde ik later van iemand die daar was geboren en opgegroeid. Door haar verhaal over het doorwerken van het mijnverleden in de identiteit van de mensen, begon het ook voor mij te leven. Ik was haast verbaasd hoe het kon dat ik dat bijzondere niet had gezien, terwijl het zo onlosmakelijk met de streek verbonden is. Zichtbare tijdslagen geven plekken hun karakter, maar zonder verhalen gaan ze niet leven.

Strijp-S, Eindhoven
Strijp-S, Eindhoven

Doorontwikkelen van identiteit
Op plekken waar de geschiedenis leeft, ontstaan vaak initiatieven die aansluiting vinden bij de identiteit van het gebied en die versterken. Als deze zichtbaar is in het landschap, lijken oplossingen voor nieuwe opgaven makkelijker te vinden. In Eindhoven bouwde Philips voort op een regionale cultuur van ‘sleutelende’ boeren die op zoek waren naar nieuwe oplossingen. Philips groeide snel en bouwde in rap tempo fabrieken en woonwijken. Eindhoven groeide mee. Geleidelijk heeft Philips haar bedrijvigheid verplaatst, maar veel van de statige fabrieksgebouwen zijn blijven staan. Deze worden nu bevolkt door innovatieve, technische en creatieve werkers. Zij bouwen onder andere op Strijp-S middels design en hightech voort op het verhaal van Eindhoven, dat zo telkens een nieuw hoofdstuk krijgt. De identiteit is verankerd in verhalen en gebouwen. Dit geeft de stad richting in de ontwikkeling.

Pleidooi voor traagheid
Eindhoven groeit, en is zichzelf succesvol opnieuw aan het uitvinden. Maar wat moet je doen in een krimpgebied, wanneer je niet meer die aantrekkelijke gemeente kunt zijn die je eigenlijk wilt zijn? Wanneer de kantoren en winkelpassages die pas kort geleden met trots zijn geopend alweer leegstaan? De neiging is vaak ze af te schrijven, te slopen en te vervangen. Ze worden beschouwd als mislukkingen en moeten zo snel mogelijk vergeten worden. Deze gebouwen lijken waardeloos omdat niemand ze waardeert.
In Parkstad blijkt het een gemis dat er niets meer zichtbaar is van het mijnverleden. Pas nu blijkt dat het erfgoed dat eerder als onbruikbaar of pijnlijk werd gezien, juist waardevol kan zijn voor nieuwe toepassingen. Dat het een belangrijk onderdeel uitmaakt van de identiteit.
Misschien is een beetje bezinning dus wel goed, vooral als nieuw programma ontbreekt. Laat het maar even lelijk zijn of leeg. In plaats van uit automatisme te slopen, is het beter aan de slag te gaan met mensen, hun verhalen op te halen en ze nieuwe betekenis te laten geven aan plekken en gebouwen. Pas dan kunnen zij weer waarde krijgen. Het is de kunst om erfgoed te bewaren voor de volgende generaties én om het te vertalen naar de behoeften van de toekomst. Voortbouwend op dat wat bestaat kunnen nieuwe verhalen ontstaan die recht doen aan de identiteit van de regio.

Marlijn Baarveld is adviseur erfgoed en ruimte bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en schreef voorafgaand aan elke Ruimteverkenning een biografie van de regio. Lees ze hier: Parkstad, Twente, Eindhoven en Groningen.

Foto’s: Margriet van Vianen

stop

Uit publicatie: Land van verschillende snelheden
In het Jaar van de Ruimte ging een groep van dertig jonge ruimtemakers op Ruimteverkenning door vijf uiteenlopende regio’s: Amsterdam, Parkstad, Twente, Eindhoven en Groningen. Wat zij aantroffen was een land dat zich steeds meer op verschillende snelheden beweegt. De bevindingen van de Ruimteverkenning zijn samengebracht in de publicatie ‘Land van verschillende snelheden’, die op 15 december wordt gelanceerd op de Slotbijeenkomst van het Jaar van de Ruimte. In de aanloop naar de lancering verschijnen op dit blog dagelijks verhalen uit de publicatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>